| Korte beschrijving | |
| Volledige titel: | Drugsoverlast in Maastricht en omliggende gemeenten |
| Aard van de werkzaamheden: | Onderzoek |
| Samenvatting: | In een grootschalige evaluatie van het Nederlandse drugsbeleid concluderen Van Ooyen-Houben et al. (2009) dat de sinds 1995 ingezette maatregelen om overlast tegen te gaan hun vruchten hebben afgeworpen: de overlast rond coffeeshops lijkt een maatschappelijk acceptabel niveau bereikt te hebben. Een aantal grensgemeenten vormt hierop echter een uitzondering. Daar is soms sprake van grootschalige overlast veroorzaakt door onder andere buitenlandse drugstoeristen, drugsrunners en illegale (straat)handelaren. De overlast beperkt zich bovendien niet tot de gemeenten waar de coffeeshops zich bevinden, maar strekt zich uit tot naburige gemeenten aan weerskanten van de grens. Maastricht is één van de grensgemeenten waar deze problematiek aan de orde is. De gemeente zoekt naar wegen om de drugsgerelateerde overlast te verminderen. |
| Doelstellingen: | Het doel van dit onderzoek is de gemeente een overzicht bieden van de kennis die beschikbaar is over:
|
| Onderzoeksvragen: | 1) Uit welke verschijnselen bestaat drugsoverlast? (leidend tot meetinstrument)
2) Welke overlastverschijnselen doen zich op dit moment voor in Maastricht en haar Nederlandse en Belgische buurgemeenten?*
3) Welke overlasteffecten zijn te verwachten - voor Maastricht en haar buurgemeenten in Nederland en België- van het realiseren van de voorgestelde beleidsmaatregelen: spreiden van coffeeshops naar de rand van de stad en toepassing van het ingezetenencriterium voor bezoekers?
a) Welke beleidsveronderstellingen (ten aanzien van de vermindering van overlast en criminaliteit) liggen aan deze maatregelen ten grondslag?
b) Zijn deze veronderstellingen reëel indien we ze afzetten tegen de resultaten van recent onderzoek? M.a.w. zijn er aanwijzingen dat deze effecten ook zullen optreden?
c) Zijn er in het beschikbare onderzoek aanwijzingen dat deze maatregelen onbedoelde en ongewenste neveneffecten zullen hebben? Zo ja, welke?
d) Welke belangrijke (bestuurlijke, juridische, etc.) randvoorwaarden kunnen uit het beschikbare onderzoek worden afgeleid voor het bevorderen van de gewenste effecten en het beperken van ongewenste effecten?
4) Zijn er -op basis van ervaringen die elders zijn opgedaan- andere of aanvullende beleidsmaatregelen die tot overlastreductie kunnen leiden? |
| Opzet: |
|
| Looptijd: | voorjaar 2011 |
| Opdrachtgever(s): | Universiteit van Tilburg (Vakgroep Strafrecht) / Gemeente Maastricht |
| Samenwerking met: | Universiteit van Tilburg / Prof. Cyrille Fijnaut |
| Links: |
Gemeente Maastricht Universiteit van Tilburg |
| Publicaties: |
Volledig rapport |
Ga terug naar het project overzicht. of Ga naar de top.